Interview Carolien Vermaas

‘We moeten de mix terugbrengen in de wijk: bouwen voor en met de buurt

Binnen HD is de ontwikkeling van senioren- en zorghuisvesting een van de drie focusgebieden. Met de komst van Carolien Vermaas krijgt deze focus een extra boost. Zij trad op 1 juli 2019 toe tot de directie van HD. Carolien studeerde bouwkunde in Delft en deed een MBA in Rotterdam. Ze werkte bij ING Real Estate en vervolgens bij een woningcorporatie in Delft. Daarna maakte ze de overstap naar Laurens Wonen en Zorg, een tweetal partijen die zich specifiek op zorg en wonen voor senioren richt. ‘Dat bleek een hele andere wereld te zijn. Voor zorginstellingen is vastgoed eerder een middel dan een doel en het huisvesten van senioren vraagt andere functies en competenties. Dat vond ik heel intrigerend.’

Carolien en HD werkten in het verleden al met elkaar samen. ‘Een aantal jaren geleden was ik de formele opdrachtgever voor de ontwikkeling van een zorghotel op Rotterdam Zuid. HD was toen zowel de architect als de projectmanager. Wij bleken een goede match. De taal die de zorg sprak, vertaalden we naar vastgoed en HD kon daar vervolgens verder mee.’ Carolien aarzelde dus niet toen ze, nadat ze eerst op interim-basis bij HD actief was, werd gevraagd om bij HD in dienst te treden. ‘Bij HD staat zorgvastgoed hoog op de agenda. Om een voorbeeld te noemen, de architecten van HD verdiepen zich in de vraag wat dementie is, wat dat met mensen doet en hoe ze dat kunnen vertalen naar een gebouw en de buitenruimte. Dat vind ik fantastisch.’

Nu en straks: Levensloopbestendige wijk

Zoals gezegd, Carolien richt zich binnen HD op de ontwikkeling van senioren- en zorghuisvesting. En dat doet ze vanuit een duidelijk visie. ‘Het gaat niet zozeer om het realiseren van een levensloopbestendig gebouw, maar om een levensloopbestendige wijk. Ik vind dat de mix veel meer moet worden teruggebracht in de wijk: verschillende type woningen voor verschillende doelgroepen. Niet alleen eengezinswoningen, maar ook appartementen die voorzieningen hebben voor verschillende groepen mensen. We moeten ouderen niet aan de rand van een dorp of een stad plaatsen, maar in het centrum, midden in de samenleving. Ouderen zijn minder mobiel en hun actieradius wordt kleiner. Dan is het juist goed dat ze op “pantoffelafstand” van allerlei voorzieningen wonen. Bovendien hebben ouderen meestal geen auto meer, dus dat kan de parkeerdruk in het centrum verlichten. En hoe leuk is het om een wijk te hebben waar allerlei mensen, jong en oud, elkaar kunnen ontmoeten?’

Gemeenten: oog voor zorg en senioren

Om die mix te creëren, moeten gemeenten van deze visie worden overtuigd. ‘Gemeenten hebben naar mijn idee meer oog voor starters en gezinnen dan voor de senioren. Ze kijken vooral naar hoeveel woningen er in een wijk moeten worden bijgebouwd en kiezen dan vaak voor de bouw van nieuwe eengezinswoningen, want daar is altijd vraag naar. Terwijl in de bestaande, wat oudere, eengezinswoningen vaak geen gezinnen meer wonen, maar echtparen op leeftijd. Dan is het toch beter om in een wijk goede woonruimte voor senioren te bouwen, dan komt de doorstroming vanzelf op gang. Ook laten gemeenten het zorgvastgoed aan de reeds gevestigde zorginstellingen over. Deze gebouwen voldoen vaak niet meer aan de huidige intensieve zorgvraag en kunnen in een gebiedsvisie juist nieuwe kansen bieden. Dat betekent wel een samenwerking tussen de wethouders zorg en vastgoed/grondzaken.’

Luisteren en vragen

Het ontwikkelen van zorgvastgoed vraagt volgens Carolien wel om een andere manier van werken. ‘Het is enorm belangrijk om goed te luisteren naar de opdrachtgever, dus de zorginstelling, en vervolgens heel goed door te vragen. Bij een kantoorpand is het vaak wel bekend om welke business het gaat en hoeveel vierkante meters nu en in de toekomst nodig zijn. En ook bij het ontwikkelen van reguliere woningen weten we meestal wel vrij goed wat de behoefte is. Maar bij zorg is dat heel anders. Het gaat dan niet alleen om de vraag: “Wat willen jullie nu?”, maar ook om “Wat willen jullie straks?”, “Welke zorg gaat geleverd worden en aan welke doelgroep?” en “Hoe ziet die zorg er nu en later uit”?’

 

Vraagstukken die om tijd en creativiteit vragen

Die vragen zijn lastig te beantwoorden. ‘Absoluut, het is zeker niet eenvoudig. Onze samenleving vergrijst, mensen leven langer, blijven mobieler en digitaler en worden steeds mondiger. Daarnaast is steeds meer sprake van een tweedeling in onze maatschappij:  mensen met heel veel of weinig budget. Ook zijn de doelgroepen heel divers, het kan gaan om mensen met een somatische aandoening, een psychische aandoening of een combinatie daarvan. Echtparen willen bij elkaar blijven wonen en we hebben met verschillende culturele achtergronden te maken. Hoe ga je als zorgpartij met al die vraagstukken en ontwikkelingen om? Dat is voor hen echt een zoektocht. Vanuit onze kant moeten wij de zorgpartijen dus de tijd en ruimte geven om dat te onderzoeken. Concreet betekent dit dat het proces dat aan de ontwikkeling van zorgvastgoed vooraf gaat, meer tijd in beslag neemt. En dat maakt het weer lastiger om beleggers te vinden. Die vragen al snel om een concept, maar dat is voor zorgvastgoed niet te geven. Het is altijd maatwerk. Binnen HD zijn we nu vooral bezig met de vraag hoe een zorgpartij zijn programma van eisen goed kan gaan benoemen en vanuit welke visie. Want dat maakt voor ons de vertaling richting huisvesting eenvoudiger.’

Waardige plek

Momenteel is HD actief op zoek naar geschikte locaties om zorg- en senioren woonvastgoed te realiseren. ‘Goede locaties zijn echt cruciaal. Daarvoor gaan we bijvoorbeeld samen met supermarkten en met winkeleigenaren kijken of we iets kunnen “inbreien” op bestaande locaties. Of dat we panden die niet meer voldoen aan hetgeen waarvoor ze ooit gebouwd zijn, zoals binnenstedelijke kantoorpanden, kunnen transformeren tot senioren- en zorghuisvesting. Dan zitten we midden in het stedelijk weefsel en dat is precies wat ik voor ogen heb. Het is mijn missie om voor senioren een waardige plek in de samenleving te creëren. Een fijne woonruimte, met ontmoetingsplekken, met ruimte om te bewegen en met faciliteiten voor goede voeding. En waar mensen vooral zo lang mogelijk zelfstandig kunnen blijven functioneren, of als het niet meer alleen kan, met gemotiveerd zorgpersoneel. Als vastgoed daarbij kan helpen, dan heel graag.’